Borculo werd nooit meer hetzelfde

Koningin Wilhelmina en prinses Juliana in de Spoorstraat in Borculo bij totaal verwoeste panden.
Koningin Wilhelmina en prinses Juliana in de Spoorstraat in Borculo bij totaal verwoeste panden.

BORCULO – Voor het stadje Borculo in de Achterhoek zal de datum van 10 augustus altijd een bijzondere betekenis zal hebben. Op die dag in 1925 trok aan het begin van de avond een voor Nederland ongekende storm over het gebied, mogelijk zelfs met enkele tornado’s.

Hoewel een groot deel van oostelijk Nederland 87 jaar geleden met die windhoos te maken kreeg, zal de naam Borculo voor altijd aan de stormramp verbonden blijven. De gevolgen waren enorm: vier doden, tachtig gewonden en een compleet verwoest stadje.

Enkele weken erna werd het boekje ”Verwoest Borculo in beeld” uitgebracht, met als doel geld in te zamelen voor de herbouw. In treffende taal staat beschreven wat zich die dag in 1925 afspeelde: „De schrik der Borculosche ingezetenen laat zich niet beschrijven. Angstig waren zij, even vóór de ramp hun woonsteê trof, weggescholen in hun huizen, toen een diepe duisternis viel over de geheele streek en bliksemflitsen de lucht doorkliefden. Dan kwam daar één lange windhuil, die met een sterke zuiging wegrukte wat de eeuwen had getrotseerd. Daken, vensters en muren zijn door deze kracht vergruizeld, torens en kerken ingestort. In deze ellende der verwoesting hebben de Borculo’ers een avond doorgebracht, waarin zij waren aangewezen op zichzelf, omdat de toegangswegen tot hun stadje waren versperd door de gevallen boomen en de communicatie met de omgeving via telegraaf en telefoon was verbroken.”

Er zijn na al die jaren weinigen die erover kunnen vertellen. W. Delsink is een van hen. De geboren en getogen Borculo’er (98) was 11 toen zijn woonplaats werd getroffen. „Ik was die dag uit school met een vriendje meegegaan om daar thuis te spelen. Tegen etenstijd moest ik weer thuis zijn, maar voor die tijd brak het al los. Toen ben ik bij dat vriendje gebleven, want ik kon niet meer thuis komen.”

Wat er daarna gebeurde, kan Delsink zich nog goed herinneren. „Ik wist niet wat ik zag. Er was helemaal niks meer onbeschadigd; alle bomen lagen plat. Ik ging terug naar mijn ouders en kan me nog goed herinneren hoe bang ik was dat hen iets was overkomen. Dat bleek niet zo te zijn, maar ik zie nog voor me hoe ontredderd ze waren. Ze hadden net daarvoor een nieuw dak, maar daar waren alle pannen van afgewaaid. Verder viel de schade bij ons huis gelukkig nog redelijk mee.”

Naderhand kwamen er enorme hoeveelheden ramptoeristen, een nieuw verschijnsel, om de verwoestingen in Borculo te bekijken. Voor de jonge Delsink een leuke afleiding en een extra inkomstenbron. „We brachten mensen voor een dubbeltje op de fiets de stad in. Dat bracht ook weer extra geld in het laatje. Later was de boel afgezet, maar ik wist nog een sluiproute.”

Herman Kistemaker van het Stormramp- en Brandweermuseum in Borculo houdt zich bezig met het levend houden van de herinnering aan die rampzalige avond in augustus 1925. In het kleine museum in het centrum zijn verschillende foto’s en documenten te bekijken.

Lopend door Borculo wijst Kistemaker enkele huizen aan die herinneren aan de stormramp. Op de gevels staan de namen van Nederlandse steden die geld doneerden om de huizen te herbouwen. Ook een monument op het centrale plein van Borculo herinnert de voorbijganger aan die donkere nacht in 1925 die ervoor zorgde dat Borculo nooit meer hetzelfde zou zijn.

www.brandweermuseumborculo.nl