Geen Gelderse subsidie Stichting IJsselhoeven

IJsselhoeve

De ambitie van de Stichting IJsselhoeven om actiever te worden in de zuidelijke IJsselvallei heeft een flinke knauw opgelopen. De provincie Gelderland besloot onlangs om een  subsidieaanvraag in het kader van de nieuwe erfgoedregeling 2014 – 2016 niet te honoreren. De stichting stelt zich ten doel om de karakteristieke IJsselhoeven in de regio te behouden. Verschillende markante T-boerderijen werden in het verleden al met behulp van subsidie van de stichting gerestaureerd of gerenoveerd. Die activiteit zal nu in de zuidelijke IJsselvallei wellicht moeten worden opgegeven. Opmerkelijk, aangezien de provincie Overijssel de stichting al wél jarenlang financieel ondersteunt. Voorzitter Ria Broekhuis: “Het bestuur en de vrijwilligers in het zuidelijk gebied zijn er behoorlijk door aangeslagen, maar niet verslagen. We begrijpen dat er keuzes gemaakt moeten worden maar om nu al te zeer de nadruk te leggen op landgoederen en de vitale functie die boerderijen in de IJsselvallei vervullen te vergeten, dat wil er bij ons niet zo goed in.” Broekhuis wijst verder op de waarde van participatie-initiatieven als die van de stichting, waarbij vaak uitsluitend met vrijwilligers wordt gewerkt. “Bovendien stimuleren wij met onze subsidies de lokale bedrijvigheid. We dragen meestal twintig procent bij, dat kan soms net het laatste zetje zijn om een project rond te krijgen.”

Stichting IJsselhoeven actief in hele IJsselvallei

IJsselhoeve2

Zutphen – De Stichting IJsselhoeven vierde onlangs haar 10-jarig jubileum. Sinds 2003 was de groep verontruste bewoners actief in de noordelijke IJsselvallei, van Zwolle tot de gemeentegrens van Zutphen. Vanaf eind vorig jaar zijn de activiteiten echter ook uitgebreid naar het zuidelijke deel, tot aan Arnhem en Westervoort. Niet alleen het restaureren van de ongeveer zeshonderd bijzondere hoeven tussen Arnhem en Zwolle wordt gestimuleerd, maar het gaat de stichting ook om erfinrichting en cultuurhistorisch en agrarisch erfgoed in bredere zin.

Voorzitter Ria Broekhuis: “Het probleem met de IJsselhoeven is dat de schuren eigenlijk niet modern genoeg meer zijn voor een agrarische bestemming en als woonhuis te groot zijn. Soms gaat het om gemeentelijke of rijksmonumenten, maar soms ook niet. Mensen denken dat het allemaal vanzelf wel in stand blijft, maar dat is natuurlijk niet zo. Voor landgoederen en kastelen is een hoop aandacht, maar boerderijen worden vaak als vanzelfsprekendheid gezien.” Ongeveer een derde deel van de hoeven hebben momenteel nog een agrarische bestemming, maar dat aandeel wordt door schaalvergroting in de landbouw steeds kleiner. De oprichters van de Stichting IJsselhoeven zagen die ontwikkeling en vonden het belangrijk om het platteland toch vitaal te houden. De stichting is in Overijssel partner in de zogenaamde erfgoedregeling en heeft met behulp van de daarbij behorende subsidies al heel wat bewoners van de IJsselhoeven op weg geholpen met verbouwingen. Broekhuis: “Zo’n tweehonderd in totaal en we hebben ook bij wijze van proefproject een hoeve in Terwolde aangekocht en verbouwd. Maar het gaat niet alleen om financiering, ook om advies. Veel mensen willen wel wat doen, maar overzien het vanwege de omvang niet. Wij hebben bouwkundige kennis en ervaring in huis, willen ook een echt kenniscentrum vormen.”

Naast de financiering en advisering bij restauratie en verbouwing van de hoeven ontplooit de stichting meer activiteiten. Ineke Lenselink woont in zo’n hoeve aan Bronsbergen in Zutphen en is actief lid. “We zijn in de zuidelijke IJsselvallei erg bezig met erfinrichting. Zo hebben we een moestuincursus gehouden en een cursus over de aanleg van het boerenerf. Daar was behoorlijke belangstelling voor.” De stichting ontwikkelde verder bijvoorbeeld ook lesmateriaal dat nu op meer dan twintig scholen wordt gebruikt. Ook een theatertocht in Gorssel, een slachtfeest in Doesburg en ‘toneel op de deel’ stonden al eens op het programma. Broekhuis: “Alles om ervoor te zorgen dat het prachtige landschap in de IJsselvallei met zijn monumentale boerderijen bewaard blijft.” Ineke Lenselink zelf betrok haar hoeve ongeveer dertig jaar geleden samen met haar man. Het prachtige pand heeft gebinte dat deels al van voor de zeventiende eeuw stamt, het voorhuis werd in 1880 neergezet. “Het was een bouwval toen we het kochten, maar in de loop van de tijd hebben we veel opgeknapt. Ik ben verknocht aan de plek, het uitzicht op de IJssel is geweldig.”

Om die prachtige plekken te behouden gaat de Stichting IJsselhoeven dus vol door de komende tijd, gesteund door ongeveer honderd vrijwilligers. Dat is hard nodig volgens Ria Broekhuis: “Gemeentelijke en provinciaal is er meestal wel een bewustzijn dat het onderhoud van monumentale boerderijen aandacht vraagt, maar in Den Haag wordt daar onvoldoende rekening mee gehouden.”  Plannen zijn er in elk geval nog voldoende. “We zijn bezig met het ontwikkelen van een fietstocht langs verschillende IJsselhoeven, want een aantal daarvan heeft ook een toeristische bestemming. Het boekje komt in het voorjaar uit. Ook willen we een app voor de smartphone gaan ontwikkelen, maar dat zit nog in een vroeg stadium.”

Zie voor meer informatie: www.ijsselhoeven.nl

IJsselhoeven

Boerderijen in de Gelderse en Overijsselse IJsselvallei worden gekenmerkt door een forse omvang en vaak weelderige afwerking. T-boerderijen worden de IJsselhoeven ook wel genoemd, naar de vorm van de gebouwen die verder alleen in het rivierengebied voorkomen. Van oorsprong waren het eenvoudige hallenhuisboerderijen, waarna er in de periode van grofweg 1850 tot 1920 vaak dwarshuizen voor werden geplaatst. Ria Broekhuis: “De graanprijs was in die tijd erg hoog en de boeren in de rijke kleigronden rond de IJssel profiteerden daar enorm van, vooral in de periode rond 1870, 1880. Dit in tegenstelling tot de verderop gelegen boerderijen op de minder vruchtbare zandgronden.” De boeren wisten op een gegeven moment van gekkigheid amper nog wat ze met hun geld moesten doen en stopten dus veel geld in de aanbouwen, die vaak door ingehuurde architecten werden ontworpen. Die werden voorzien van veel rijke ornamenten en er werden Engelse slingertuinen aangelegd. Champagneboerderijen, werden ze ook wel genoemd. “Het verhaal gaat zelfs dat sommige van die boeren in de Russische spoorwegen gingen investeren en daar nog flink geld aan verloren toen die in 1918 door de communisten werden genationaliseerd.” Later kelderde de graanprijs weer door de opkomst van de mechanisatie en was het met de extreme welvaart voor de boeren op de IJsselhoeven gedaan.