Het Marswegkwartier: een buurt in de vergetelheid

Marswegkwartier - Ans van der Wal

Het zijn eigenlijk maar een paar straten bij elkaar, een wijk is het niet eens echt te noemen. Het Marswegkwartier in Zutphen, een buurt die er binnenkort niet meer zal zijn. Na jarenlang uitstel gaat het er nu echt van komen: door de vernieuwing van bedrijventerrein de Mars verdwijnt eind volgend jaar ook het Marswegkwartier en daarmee komt er een einde aan een lange geschiedenis van een bijzondere buurt.

Weggestopt achter een industrieterrein viel het Marswegkwartier al nooit erg op, als je er niet hoefde te zijn kwam je er ook nooit. Vele Zutphenaren zullen de buurt dan ook niet echt kennen. Een goede naam had het Marswegkwartier evenmin; het beeld van buitenaf was toch vooral dat van een achterstandswijk met relatief veel sociale problemen, een bevolking met lage inkomens en een relatief hoge werkloosheid. Het verdwijnen van de buurt gaat voor velen dan ook redelijk onopgemerkt voorbij. Toch valt er veel meer te zeggen over het Marswegkwartier dan alleen dat. Het Marswegkwartier was een buurt waar bijna iedereen elkaar kende. Verschillende families woonden er al vele jaren en de onderlinge betrokkenheid was dan ook groot. Een hecht buurtje, waar mensen nog naar elkaar omkeken.

Ans van der Wal verhuisde in 1984 samen met haar man van de van Drinenstraat naar de Paapstraat in het Marswegkwartier.  De geboren en getogen Amsterdamse heeft er al die jaren een mooie tijd gehad. Sinds augustus is ze verhuist naar een woning aan de Weg naar Laren. Van der Wal: “Ik vond het heerlijk om er te wonen. Het was heel erg ‘ons kent ons’. Er was veel sociale betrokkenheid, maar niet op een storende manier. Ik heb er echt een heel fijne tijd gehad, had het nooit willen missen.” Het heeft mevrouw van der Wal dan ook wel zeer gedaan dat het oude buurtje moest verdwijnen. “Er werd gezegd dat de woningen niet meer aan de eisen van deze tijd voldeden en dat was ook wel zo, maar de mensen die er woonden waren er tevreden mee, dus wat wil je dan nog meer? Bovendien waren de huren laag, dat was ook een groot voordeel. Ik denk dat negentig procent van de mensen er graag was blijven wonen.” Ook de isolatie van de buurt ten opzichte van de rest van Zutphen deerde mevrouw van der Wal nooit zo: “Luister, je ging het spoor over en je zat in de stad, dus zo erg was dat niet. Ouders met kinderen waren er ook altijd wel aan gewend dat ze een stuk moesten fietsen om naar school te kunnen.” In het slechte imago van het Marswegkwartier kon mevrouw van der Wal zich nooit echt vinden. “Natuurlijk gebeurde er wel eens wat, je keek ook wel eens de andere kant op. Maar waar heb je dat niet? Er valt altijd wel ergens wat op aan te merken. Sommige mensen hoor je nu wel slecht over de buurt praten, maar daar doe ik absoluut niet aan mee. Leef en laat leven, zeg ik altijd maar.”

Dat de bewoners van het Marswegkwartier nu toch echt weg moeten hadden velen niet verwacht volgens mevrouw van der Wal, die in de bewonerscommissie zat toen ze er nog woonde. “Er is in eerste instantie ooit gesproken over renoveren. De plannen die daarna kwamen om alles plat te gooien werden zo vaak uitgesteld dat we dachten: het zal onze tijd wel duren.” Maar uiteindelijk gingen de plannen voor een vernieuwde Mars dus toch door. “Dat heeft de woningbouwstichting wel netjes opgelost hoor. Ze stopten de laatste jaren weinig geld meer in het onderhoud van de woningen, maar dat kan ik wel begrijpen. Er is een goed sociaal plan opgesteld en de regeling voor de toewijzing van nieuwe woningen is netjes.”

De Marsweg doet ondertussen hier en daar al wat troosteloos aan; een paar huizen zijn al dichtgetimmerd en enkele ramen zijn ingegooid. Toch probeert woningbouwstichting Ieder1 de wijk tot de sloop zo leefbaar mogelijk te houden. Wijkconsulent en projectleider stedelijke vernieuwing Merijn de Nijs houdt elke week spreekuur voor de bewoners in het wijkinformatiecentrum. De Nijs: “Ongeveer 65 procent van de oorspronkelijke bewoners is inmiddels al verdwenen. We wilden de huizen in de tussentijd toch bewoond hebben en daarom zijn we tijdelijk studenten gaan huisvesten. Daar is erg veel belangstelling voor, er is inmiddels zelfs al een wachtlijst van drie maanden. Die studenten hebben misschien wat minder binding met de buurt, maar ze knappen de huizen wel netjes op en dat wordt ook door de oorspronkelijke bewoners wel gewaardeerd.”

De Nijs ging zes jaar geleden aan de slag als wijkconsulent van de Hoven en het centrum, waar ook het Marswegkwartier onder valt. Van tevoren hoorde hij al wel van de reputatie van die buurt, maar dat leek hem wel een mooie uitdaging. “Eigenlijk viel het me enorm mee. In de jaren negentig is het wel een tijdje heel slecht gegaan heb ik gehoord, maar daar heb ik in mijn tijd weinig van gemerkt. De sociale cohesie was altijd erg groot, mensen probeerden alles eerst zelf op te lossen. Zelf vonden ze dat imago ook helemaal niet terecht merkte ik wel.” Sinds de immigratiestroom vanuit Turkije was er in het Marswegkwartier naast de groep autochtone bewoners ook een vrij grote gemeenschap met mensen van Turkse komaf. De Nijs: “Dat ging in het algemeen goed samen. Wel was het zo dat beide groepen een beetje langs elkaar heen leefden, vooral in hun eigen gemeenschap bleven. Met name de eerste generatie immigranten hield zich nog erg vast aan de eigen cultuur. Maar grote spanningen waren er niet veel.”

Eèn van de nieuwe tijdelijke bewoners van het Marswegkwartier is Jasper Emmers. De tweeëntwintigjarige MBO-student woont sinds augustus samen met zijn vriendin aan de Marsweg. “Ik had me pas vrij laat ingeschreven bij de woningbouwstichting, dus ik had nog niet genoeg punten voor een woning. Hier konden we in elk geval tot eind 2013 blijven en ook zonder dat mijn punten komen te vervallen, dus dat was wel heel aantrekkelijk.” Het wonen op de Mars bevalt Emmers goed. “De woning is voor ons ruim genoeg en was ook nog in een redelijk goede staat. Wel hebben we alles opnieuw geverfd. Er woonde hier voorheen natuurlijk een apart slag volk, maar daar hebben we weinig last van. Ik kende er ook al wel wat, woon zelf al mijn hele leven in Zutphen. Maar de meeste oorspronkelijke bewoners zijn al vertrokken, er zitten hier nu voornamelijk jonge studenten.” Uiteindelijk hopen de Zutphenees en zijn vriendin net als de oorspronkelijke bewoners een ander plekje in Zutphen te vinden. “Het is nog niet zeker hoe lang we hier kunnen blijven. Minimaal tot eind volgend jaar, maar ik hoor ook al dat het misschien langer kan gaan duren. Daarna hoop ik genoeg punten te hebben verzamelt voor iets anders. Maar tot die tijd zitten we hier goed.”