Samenleven met stijgend IJsselwater

Oude Ijsselbrug ZutphenZutphen – Al eeuwenlang zit de strijd tegen het water in de Nederlandse genen. Droge voeten zijn hier nooit een vanzelfsprekendheid geweest en de klimaatverandering maakt dat vraagstuk alleen maar actueler. Ook in het IJsselgebied, waar bestuurders van provincies, gemeenten en waterschappen steeds vaker samenwerken om problemen het hoofd te kunnen bieden die gebiedsoverstijgend zijn. In Zutphen bijvoorbeeld, waar gisteren tijdens een IJsselconferentie in Pakhuis Noorderhaven werd nagedacht en uitgewisseld door lokale en regionale bestuurders, ambtenaren en deskundigen vanuit het hele IJsselgebied. Want in Arnhem mogen dan wellicht andere problemen spelen dan in Zwolle, er zijn ook veel overeenkomsten.
De opgaven waar overheden in het IJsselgebied voor staan zijn pittig, zo bleek gisteren in Zutphen. Er wordt in de toekomst een stijging van het waterniveau verwacht die om aangescherpte veiligheidseisen vraagt, terwijl er ondertussen dijken zijn die niet voldoen aan de wettelijke eisen en piping (water dat onder een dijk doorloopt) dijken verder verzwakt. Het overheidsprogramma Ruimte voor de Rivier bood hier op verschillende plaatsen al het hoofd aan met maatregelen als dijkverleggingen, maar het nationale Deltaprogramma gaat nu nog veel verder. Met behulp van bestuurlijke vehikels als de Voorkeursstrategie en het Hoogwaterbeschermingsprogramma moeten burgers langs de hele IJssel voldoende beschermt worden om decennia vooruit te kunnen.
Concreet gaat het dan bijvoorbeeld over het project Rivier in de stad in Zutphen, waarbij de IJsselkade opnieuw wordt ingericht en daarbij alvast rekening wordt gehouden met hogere waterstanden. Verantwoordelijk Zutphens ambtenaar Edwin Koning: “We gaan daarbij uit van de maximale norm, maar hoe hoog de kade precies gaat worden is nu nog niet bekend. Qua concrete planvorming lopen we in Zutphen wel voorop, dat komt ook door het geld dat al aan de bypass in het IJsselsprongproject was gekoppeld.”
Of over een zogenaamde compartimentering in Zwolle-Zuid, waar stedenbouwkundige André van der Eijk gisteren in Zutphen over vertelde. Van der Eijk: “Uit onderzoek bleek dat de potentiële schade in Zwolle bij een dijkdoorbraak tot twaalf miljard euro op kan lopen. We zijn daarop gaan onderzoeken of die schade door compartimentering wellicht kan worden beperkt.” Het onderzoek leverde op dat door slim gebruik te maken van bestaande hoogteverschillen in het landschap in combinatie met enkele kleinere aanpassingen overlopend water vaak eenvoudig in compartimenten kan worden opgedeeld, waardoor Zwolle veilig blijft.
Een goede afstemming is bij al de maatregelen die rond de IJssel op stapel staan cruciaal, daar was iedereen het gisteren wel over eens. Om dat in zo goed mogelijke banen te leiden, en om voldoende geld los te peuteren in Den Haag, hebben de provincies Gelderland en Overijssel en de betrokken gemeenten en waterschappen nu ook een stuurgroep IJssel opgericht. Dijkgraaf Herman Dijk en Overijssels gedeputeerde Bert Boerman zitten er samen met burgemeester Andries Heidema van Deventer in. De twee zijn enthousiast over de energie die er bij alle betrokken partijen is. Boerman: “We zijn aan de voorkant misschien niet altijd eensgezind, maar er is wel een grote bereidheid bij alle betrokken partijen om er samen uit te komen. Het is geven en nemen.” Een gezamenlijke aanpak kan het karakter van de IJssel versterken volgens Dijk: “Nieuwe maatregelen bieden ook meekoppelkansen.” Een veelgebruikte term tijdens de IJsselconferentie waarmee wordt bedoeld dat maatregelen tegen hoogwater vaak onbedoeld ook weer nieuwe kansen bieden voor andere partijen, op het gebied van recreatie bijvoorbeeld.
Rode lijn bleek gisteren boven alles wel dat mens en water in de toekomst dichter bij elkaar zullen komen te staan. Als het IJsselwater blijft stijgen zal in toenemende mate naar creatieve oplossingen gaan worden gezocht, waarbij het water niet altijd per definitie buiten wordt gehouden en de ‘beleefbaarheid’ van het water toe zal nemen. “Nederland is één groot kunstwerk”, zette dijkgraaf Hein Pieper gisteren uiteen. De IJsseldelta vormt daarop geen uitzondering.

Deltaprogramma
In het jaarlijks op Prinsjesdag vastgestelde Deltaprogramma ontvouwt het Rijk de plannen met betrekking tot waterbeheer. Om ook in de toekomst veilig te zijn voor het water wordt in het onderdeel Deltaprogramma Rivieren voor het IJsselgebied tot 2050 en soms zelfs tot 2100 vooruit gekeken. De beslissingen in het Deltaprogramma vragen vaak om nadere uitwerking door lagere overheden, die zich weer verenigen in allerlei samenwerkingsverbanden om zo gezamenlijk uitvoering te kunnen geven aan de landelijk vastgestelde normen. Dijkgraaf Herman Dijk van het Waterschap Groot Salland noemt als concreet voorbeeld van die onderlinge afstemming de gemeente Olst-Wijhe: “Daar zou een rotonde op een dijk komen en we houden bij de aanleg daarvan meteen ook rekening met de verwachte waterstijging, zodat die rotonde over een paar jaar niet weer opgehoogd hoeft te worden.”
Dijkgraaf Hein Pieper van het Waterschap Rijn en IJssel over het Deltaprogramma: “Het unieke van dit programma is dat we tientallen jaren vooruit kijken, dat is denk ik wel uniek in de wereld.” Ook heemraad Dick Veldhuizen van het Waterschap Vallei en Veluwe onderstreept het belang van de waterveiligheidsaanpak: “Er worden nu honderden miljoenen in waterveiligheid gestopt om overstromingen te voorkomen. Want gezien het aantal inwoners rond de IJssel zou er anders sprake zijn van een humanitaire ramp.”