Weigeren bordeel Eerbeek ter discussie

Bordeel eerbeek

Brummen – De rechtmatigheid van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen om een vergunning voor het bouwen van een seksinrichting in Eerbeek te weigeren werd gisteravond hevig betwijfeld. Het lijkt erop dat de gemeente niet weg gaat komen met de huidige argumenten tegen de plannen. De eigenaar van een perceel aan de Loenenseweg heeft het plan opgevat om er een bordeel met waarschijnlijk elf kamers te gaan exploiteren. Volgens het bestemmingsplan kan dat op die plek, in het verleden is er ook al één prostituee werkzaam geweest. Het bouwplan van de ondernemer kon de goedkeuring wegdragen en ook de welstandcommissie ging akkoord. Buurtbewoners kwamen de afgelopen tijd echter hevig in opstand en richtten het buurtcomité Geen Bordeel Eerbeek op. De Brummense gemeenteraadsleden schrokken ook van de omvang van het toekomstige bordeel en spraken zich er in een motie tegen uit. De raad droeg vervolgens op dat er nieuw bestemmingsplan moet komen. Op de huidige aanvraag heeft dit echter maar beperkt invloed, omdat het oude bestemmingsplan daarvoor nog geldig is.

Het college nam onlangs het besluit om de aanvraag voor een zogenaamde omgevingsvergunning af te wijzen, omdat er onvoldoende parkeerplaatsen voor klanten op het terrein aanwezig zouden zijn. De eigenaar maakte hiertegen bezwaar en zodoende stonden beide partijen gisteravond tegenover elkaar bij een hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie.

Niet alleen de advocaat van de betrokkene trok de rechtmatigheid van het besluit in twijfel, ook de commissieleden leken er behoorlijke moeite mee te hebben. “Het lijkt erop dat er sprake is van een doelredenering”, zo sprak één van hen. “Er is het besluit genomen dat er geen seksinrichting op die plek mag komen, althans van die omvang. En daar wordt naartoe geredeneerd.” Zowel de advocaat van de eigenaar als de leden van de bezwaarschriftencommissie leken het besluit om de vergunning te weigeren gebaseerd te vinden op een te nauwe uitleg van de wet. Volgens de gemeente mogen klanten van de seksinrichting namelijk alleen parkeren op het deel van het terrein dat voor die seksinrichting bestemd is. De advocaat bestreed dit, omdat het complete terrein een horecabestemming heeft. Als niet alleen het deel dat bestemd is voor de seksinrichting in aanmerking zou komen voor parkeerruimte zou er volgens hem helemaal geen parkeerprobleem zijn.

Het verschil in interpretatie van de beide partijen draaide vooral om het begrip ‘functionele verbondenheid’. Als er meerdere naast elkaar gelegen percelen functioneel verbonden zijn kan de gemeente afwijken van de bepaling in de bouwverordening dat bedrijven parkeergelegenheid op eigen terrein behoren aan te bieden. De woordvoerder van de gemeente hield echter vol dat het strijdig zou zijn met het bestemmingsplan als klanten van het bordeel parkeren buiten het deel dat daarvoor bestemd is. “De gemeente heeft een bevoegdheid om af te wijken van de regelgeving, geen plicht.”

De bezwaarschriftencommissie komt binnenkort met een advies over de zaak aan het college van burgemeester en wethouders.